Sommige kinderen met autisme hebben moeite met harde of zachte druk uitoefenen. Het is dan moeilijk om in te schatten hoe hard of hoe zacht een beweging moet zijn. Ze zijn dan te ‘ruw’ of juist te ‘soft’ in hun bewegingen. Zo kunnen ze een potlood te hard vastpakken zodat deze breekt. Of juist een bal zo zacht schoppen dat hij niet veel vooruit komt.

Weten hoe hard of hoe zacht je iets moet doen is een motorische functie. Dat betekent dat het gaat over de samenwerking tussen je hersenen, je zenuwbanen en je spieren. Vaak is het zenuwstelsel niet ‘rijp’ en worden de spieren dus niet goed aangestuurd.

We noemen dit ook wel dyspraxie of CDC: Coördination Developmental Disorder oftewel de een verstoring in de ontwikkeling van de coördinatie. Vaak zijn deze kinderen slecht in gym en spel, en hebben ze moeite met duidelijk schrijven.

Bij sommige kinderen verbetert dit rond de puberteit. Anderen blijven hier last van houden.

Thuis kun je hier mee oefenen! Hier vast 5 suggesties voor spelletjes. Bedenk je wel: hoe intensiever je oefent, hoe meer kans op een positief resultaat.

Wil je meer oefeningen? Of wil je meer weten over sport, beweging en motoriek bij je kind met autisme? Dit zit in module 4 van het BijzonderBrein proefprogramma!

 

1: Zet dingen op een rij

  • Verzamel voorwerpen en laat je kind deze op een rij zetten. Start met de lichtste. Eindig de rij met het zwaarste voorwerp.

 

2: Ga overgooien

  • Zorg voor voorwerpen met een verschillende zwaarte. Gebruik bijvoorbeeld een ballon, zware en lichte ballen, et cetera.
  • Probeer ook eens een voorwerp om te gooien (bijvoorbeeld een fles). Hoe hard moet je gooien?

 

3: Kleuren

  • Print kleurplaten uit en kleur ze in met verschillende materialen (potlood, stift, krijt, verf).
  • Druk hard of zacht met het materiaal op de tekening om dikke of fijne lijnen te krijgen.

 

4: Speel voorzichtigheidsspelletjes

  • Speel spelletjes waarvoor je voorzichtig moet bewegen. Denk aan Jenga, Dokter Bibber, Zenuwspiraal, Topple, Penguin Trap of Domino.

 

5: Hard&zacht | Snel&langzaam

  • Oefen zo veel mogelijk met hard en zacht: een handdruk, knuffelen, aaien, haar borstelen: je kunt vragen dit zo hard en zo zacht mogelijk te doen.
  • Doe dit ook met snelle en langzame bewegingen. Kun je snelwandelen naar school? Hoe langzaam kun je fietsen zonder om te vallen?

 

Verder oefenen

Dit zijn een paar van de dingen die je thuis kunt doen. Meer oefeningen vind je in module 4 van het BijzonderBrein proefprogramma. En thuis kun je een begin maken, maar je kunt natuurlijk ook externe hulp inschakelen! Je kunt daarvoor vaak terecht bij een (gespecialiseerde) kinderfysiotherapeut, kinder ergotherapeut, manueel therapeut of een kinderoefentherapeut Cesar/Mensendieck. Motorische remedial teaching (MRT) is daarnaast één van de methodes die bij DCD kan helpen.

 

Zet jouw kind te veel kracht of juist te weinig?